Het boekje van vandaag meet 12,5 bij 8,5 cm. Het heeft een bruin kunstleren bandje. De rugitel is "Het Nut van Sparen". Op de voorkant staat in reliëf een afbeelding van een klassieke (winkel)pand, met daaronder de titel "Nutsspaarbank Groningen". De sneden zijn rondom verguld. De titelpagina ...
STOP ! Dit is onzin. Wat ik beschrijf is géén boek, maar een spaarpot in de vorm van een boek. Dat heet een boeksimulant. Ze zijn er ook van porselein, aardewerk, blik, hout. Je kan er drank in bewaren, juwelen of sigaren. Uiteraard worden ze verzameld.
Naast de als zodanig vervaardigde boeksimulanten zijn er de uitgeholde boeken, die bijvoorbeeld tijdens de oorlog dienst deden als verstopplaats voor een radiootje; ook handig voor een voorraadje drugs, zwart geld of dergelijke. Maar het werkt natuurlijk alleen als het geprepareerde boek op een plank staat tussen andere soortgelijke boeken, niet als het het enige boek is dat je in huis hebt.
In sombere buien voorzie ik een toekomst waarin vrijwel niemand meer leest, en zéker geen moeilijke boeken in het Latijn, Frans of Duits met Gotische letters. Zoals een generatie geleden tal van prachtige historische boeken ontdaan zijn van kaarten en platen, omdat die per stuk uitgevent veel meer opbrachten dan het complete boek, vrees ik dat straks het gedrukte cultureel erfgoed massaal zal worden omgeknutseld tot exclusieve byjouteriedozen.
Ik hoop het zelf niet meer mee te maken.
Dit was Boekblog 3
SNARK
woensdag 29 december 2010
dinsdag 28 december 2010
Topografische spellingstrijd met verrassende extra's
Soms heeft een bepaald exemplaar van een op zichzelf niet bijzonder boek toch iets extra's waardoor het verzamelwaardig wordt - of stof oplevert voor mijn boekenblog. Gesigneerde boeken, al dan niet met een korte opdracht, zijn tegenwoordig te koop bij de boekhandel voor ieder die er een half uur in de rij bij de tafel van de auteur voor over heeft. Voor een oud boek daarentegen heeft het wel degelijk iets te betekenen als het door de schrijver aan een, met name genoemde, vriend is opgedragen, vooral als die vriend maatschappelijke of culturele betekenis heeft gehad. Andere factoren die een boek verheffen boven zijn soortgenoten: aantoonbaar (ex libris, naam) afkomstig uit de boekenkast van een bekend persoon; auteursexemplaar met aantekening van wijzigingen voor eventuele herdruk; toevoegingen als recensies of brieven.
Het boek dat ik vandaag hier bespreek heeft van alles een beetje. De titel luidt "Naamlijst van Gemeenten, Bewoonde oorden en Huizengroepen in Nederland", en het is samengesteld Ph.G. Rapp, een ex-militair die hoofd is van de administratie bij de Topographische Inrichting - een rijksdienst, het boek is dan ook gedrukt bij de Algemeene Landsdrukkerij, en het auteursrecht berust bij de Staat der Nederlanden.
Tot zover niet echt veel bijzonders, ware het niet dat de titel vooraf wordt gegaan door de waarschuwing "Voorloopige uitgave, met machtiging van den Minister van Oorlog" en dat op de titelpagina twee jaartallen worden vermeld. Eerst de datering 1925; daaronder de mededeling "Nader bewerkt ... door de interdepartementale commissie ...October 1925" (Door een vorige eigenaar is deze mededeling rood omrand !), en onderaan het jaartal waarin het boekje daadwerkelijk is verschenen, 1927.
Uit deze titelpagina, het Voorbericht en het voorin het boek opgenomen verslag van genoemde interdepartementale commissie valt de volgende reconstructie te maken:
Als samensteller Rapp begin april 1925 zijn werkzaamheden heeft voltooid en meent dat zijn kopij naar de drukker kan, ontstaat op hoog (regerings)niveau onzekerheid over de spelling. Dan gebeurt wat gewoonlijk gebeurt in een dergelijk geval: er wordt een commissie ingesteld. Deze doet al in september 1925 verslag van haar bevindingen, en stelt een aantal wijzigingen voor. De zaak ligt kennelijk nogal gevoelig, de minister draalt met zijn beslissing, en uiteindelijk verschijnt dan in 1927 deze voorlopige uitgave - een voorzichtig ja tegen de conclusies van de commissie.
Los in het boek zit een aanbiedingsfolder uit 1928, waarin het boekje wordt aangeboden voor f 1,75.
Maar dan de verrassing: op het schutblad is een gestencild briefje geplakt, dat de Minister van Oorlog zich op 26 maart 1928 alweer heeft bedacht: de spelling van de Naamlijst mag niet meer worden gevolgd !
We hebben hier dus te maken met een boekje dat onder meer bedoeld was om orde te scheppen in de spellingchaos, dat gedurende één jaar de norm aangaf, en daarna weer in de ban werd gedaan. Je zal in die tijd maar ambtenaar zijn ...
Het wordt nog interessanter. Vooraanstaand lid van de driehoofdige spellingscommissie was Dr. A. Beets, taalkundige, redacteur van het WNT. Voorzitter was de beroemde geograaf Dr. A.A. Beekman. Beiden werden dus door de minister geschoffeerd toen deze de Naamlijst-spelling verbood.
In mijn exemplaar van de Naamlijst staat de naam van de eigenaar: A. Beets. En er lag een brief in, van Beekman aan Beets. Een brief uit 1937, die gaat over een diepgaand conflict van Beekman met het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap - vrijwel zeker nog een nasleep van de spellingstrijd.
Een mooier voorbeeld van een boek met verrassende extra's ben ik zelden tegengekomen.
Dit was Boekblog 2
SNARK
Het boek dat ik vandaag hier bespreek heeft van alles een beetje. De titel luidt "Naamlijst van Gemeenten, Bewoonde oorden en Huizengroepen in Nederland", en het is samengesteld Ph.G. Rapp, een ex-militair die hoofd is van de administratie bij de Topographische Inrichting - een rijksdienst, het boek is dan ook gedrukt bij de Algemeene Landsdrukkerij, en het auteursrecht berust bij de Staat der Nederlanden.
Tot zover niet echt veel bijzonders, ware het niet dat de titel vooraf wordt gegaan door de waarschuwing "Voorloopige uitgave, met machtiging van den Minister van Oorlog" en dat op de titelpagina twee jaartallen worden vermeld. Eerst de datering 1925; daaronder de mededeling "Nader bewerkt ... door de interdepartementale commissie ...October 1925" (Door een vorige eigenaar is deze mededeling rood omrand !), en onderaan het jaartal waarin het boekje daadwerkelijk is verschenen, 1927.
Uit deze titelpagina, het Voorbericht en het voorin het boek opgenomen verslag van genoemde interdepartementale commissie valt de volgende reconstructie te maken:
Als samensteller Rapp begin april 1925 zijn werkzaamheden heeft voltooid en meent dat zijn kopij naar de drukker kan, ontstaat op hoog (regerings)niveau onzekerheid over de spelling. Dan gebeurt wat gewoonlijk gebeurt in een dergelijk geval: er wordt een commissie ingesteld. Deze doet al in september 1925 verslag van haar bevindingen, en stelt een aantal wijzigingen voor. De zaak ligt kennelijk nogal gevoelig, de minister draalt met zijn beslissing, en uiteindelijk verschijnt dan in 1927 deze voorlopige uitgave - een voorzichtig ja tegen de conclusies van de commissie.
Los in het boek zit een aanbiedingsfolder uit 1928, waarin het boekje wordt aangeboden voor f 1,75.
Maar dan de verrassing: op het schutblad is een gestencild briefje geplakt, dat de Minister van Oorlog zich op 26 maart 1928 alweer heeft bedacht: de spelling van de Naamlijst mag niet meer worden gevolgd !
We hebben hier dus te maken met een boekje dat onder meer bedoeld was om orde te scheppen in de spellingchaos, dat gedurende één jaar de norm aangaf, en daarna weer in de ban werd gedaan. Je zal in die tijd maar ambtenaar zijn ...
Het wordt nog interessanter. Vooraanstaand lid van de driehoofdige spellingscommissie was Dr. A. Beets, taalkundige, redacteur van het WNT. Voorzitter was de beroemde geograaf Dr. A.A. Beekman. Beiden werden dus door de minister geschoffeerd toen deze de Naamlijst-spelling verbood.
In mijn exemplaar van de Naamlijst staat de naam van de eigenaar: A. Beets. En er lag een brief in, van Beekman aan Beets. Een brief uit 1937, die gaat over een diepgaand conflict van Beekman met het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap - vrijwel zeker nog een nasleep van de spellingstrijd.
Een mooier voorbeeld van een boek met verrassende extra's ben ik zelden tegengekomen.
Dit was Boekblog 2
SNARK
maandag 27 december 2010
"VOORBERIGT - Waarde Landgenooten !" ...
... is de aanhef van het boekje waaraan ik vandaag een blog wil wijden. Terwijl ik dit typ weet ik nog niet of het mij uiteindelijk zal lukken deze tekst ook werkelijk via het net wereldkundig te maken. Als je dit leest, weet je dat het gelukt is. Ook gisteren deed ik een poging, met een ander boekje als onderwerp. Uiteindelijk kreeg ik op mijn scherm wel een voorbeeld van hoe mijn tekst eruit zou komen te zien; maar deze tekst bleek ik niet meer te kunnen plaatsen als boekenblog. Enfin, het ging over een hartstikke 'fout' boekje, dus daar rustte toch al geen zegen op. Ik zal het later nog wel eens proberen, je houdt het tegoed.
Ik wil dit medium gebruiken om lezers te laten meegenieten van bijzondere, rare, opmerkelijke, abjecte, zeldzame, triviale, mooie en lelijke, dunne en dikke, grote en kleine, heel oude en wat minder oude boeken, brochures, folders en ander drukwerk uit mijn uitpuilende boekenkasten.
De nadruk zal daarbij vaak evenzeer liggen op het uiterlijk als op de inhoud - zelfs zullen boeken besproken worden waarbij de inhoud totaal ontoegankelijk of niet ter zake doende is.
Ik wil mij richten tot de oprecht geïnteresseerde leek, en zal dus zo weinig mogelijk antiquarisch jargon gebruiken. Zo nodig zal ik termen en afkortingen toelichten.
Voorlopig wil ik mij beperken tot schrijven, en dus mijn betoog niet opleuken met plaatjes. Misschien komen die er later wel eens bij.
Mijn eerste boekje heeft geen plaatjes. Het ziet er nogal shabby uit: 22 pagina's in een omslagje van grauw pakpapier, geen titelpagina. Het begint met de tekst die de titel vormt van dit artikel. Het voorwoord, ondertekend met "de Huisman", komt direct ter zake:
"Hier biedt men U een Gemakkelijk Huisboekje van 50 Geneesmiddelen voor Koeijen aan en waarvan vele bij proefondervinding zijn goed bevonden ..."
Op bladzijde 3 volgt dan de, weinig verrassende, titel: Gemakkelijk Huisboekje voor den Landman.
In mijn exemplaar is geen enkele vermelding opgenomen van een jaartal, uitgever of drukker. De vorige eigenaar echter heeft er een briefje bijgedaan, met de tekst: 1e druk 1789 (deze tekst is onderstreept), 2e druk ca 1840, 2e verm. druk 1843. De NCC (Nederlandse Centrale Catalogus - boekenbezit van bibliotheken en instellingen) vermeldt aleen edities uit 1840 en 1843, beide uitsluitend aanwezig in de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Mijn uitgave is vrijwel zeker de eerste druk - ik heb overigens geen idee waar die informatie vandaan komt, maar ben er dankbaar voor.
De inhoud is soms raadselachtig, soms hilarisch, en meestal uiterst wreed. Van de vijftig remedies wil ik er drie citeren.
Voor Koeijen, die aan de Melk blijven leggen Neemt een vierendeel bakelaar, twee stukken brood, een mengel bier, een half kop boter, laat dit een half uur koken, smeert voor 4 stuivers altea op het kruis, en droogt hetzelve met een kool vuur in.
Voor de pof der Koeijen Wanneer uw koe aan de pof is, wordt zij aanstonds zeer dik, als gij dit gewaar wordt, zoo haalt direct de tong uit de mond, en bijt daar een stukje af, dan zal uw koe aanstonds dun worden, maar zoo gij dit met een schaar of nijptang deedt, zal niet baten, heb dit bij ondervinding, doch als boven goed bevonden.
Voor de sprouw aan der Koeijen voeten Wanneer uw koe aanstonds begint te hinken, zoo voelt haar naar de voet, zoo dezelve dik en warm is, dan is het de sprouw dat dikmaals uit het bloed ontstaat, neemt dan een scherpe beitel met een houten hamer, en slaat van de binnenste groote klauw een eind af, tot dat hij sterk bloed. Goed bevonden.
Dit was mijn Boekblog 1. Reacties uiteraard welkom.
SNARK
Ik wil dit medium gebruiken om lezers te laten meegenieten van bijzondere, rare, opmerkelijke, abjecte, zeldzame, triviale, mooie en lelijke, dunne en dikke, grote en kleine, heel oude en wat minder oude boeken, brochures, folders en ander drukwerk uit mijn uitpuilende boekenkasten.
De nadruk zal daarbij vaak evenzeer liggen op het uiterlijk als op de inhoud - zelfs zullen boeken besproken worden waarbij de inhoud totaal ontoegankelijk of niet ter zake doende is.
Ik wil mij richten tot de oprecht geïnteresseerde leek, en zal dus zo weinig mogelijk antiquarisch jargon gebruiken. Zo nodig zal ik termen en afkortingen toelichten.
Voorlopig wil ik mij beperken tot schrijven, en dus mijn betoog niet opleuken met plaatjes. Misschien komen die er later wel eens bij.
Mijn eerste boekje heeft geen plaatjes. Het ziet er nogal shabby uit: 22 pagina's in een omslagje van grauw pakpapier, geen titelpagina. Het begint met de tekst die de titel vormt van dit artikel. Het voorwoord, ondertekend met "de Huisman", komt direct ter zake:
"Hier biedt men U een Gemakkelijk Huisboekje van 50 Geneesmiddelen voor Koeijen aan en waarvan vele bij proefondervinding zijn goed bevonden ..."
Op bladzijde 3 volgt dan de, weinig verrassende, titel: Gemakkelijk Huisboekje voor den Landman.
In mijn exemplaar is geen enkele vermelding opgenomen van een jaartal, uitgever of drukker. De vorige eigenaar echter heeft er een briefje bijgedaan, met de tekst: 1e druk 1789 (deze tekst is onderstreept), 2e druk ca 1840, 2e verm. druk 1843. De NCC (Nederlandse Centrale Catalogus - boekenbezit van bibliotheken en instellingen) vermeldt aleen edities uit 1840 en 1843, beide uitsluitend aanwezig in de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Mijn uitgave is vrijwel zeker de eerste druk - ik heb overigens geen idee waar die informatie vandaan komt, maar ben er dankbaar voor.
De inhoud is soms raadselachtig, soms hilarisch, en meestal uiterst wreed. Van de vijftig remedies wil ik er drie citeren.
Voor Koeijen, die aan de Melk blijven leggen Neemt een vierendeel bakelaar, twee stukken brood, een mengel bier, een half kop boter, laat dit een half uur koken, smeert voor 4 stuivers altea op het kruis, en droogt hetzelve met een kool vuur in.
Voor de pof der Koeijen Wanneer uw koe aan de pof is, wordt zij aanstonds zeer dik, als gij dit gewaar wordt, zoo haalt direct de tong uit de mond, en bijt daar een stukje af, dan zal uw koe aanstonds dun worden, maar zoo gij dit met een schaar of nijptang deedt, zal niet baten, heb dit bij ondervinding, doch als boven goed bevonden.
Voor de sprouw aan der Koeijen voeten Wanneer uw koe aanstonds begint te hinken, zoo voelt haar naar de voet, zoo dezelve dik en warm is, dan is het de sprouw dat dikmaals uit het bloed ontstaat, neemt dan een scherpe beitel met een houten hamer, en slaat van de binnenste groote klauw een eind af, tot dat hij sterk bloed. Goed bevonden.
Dit was mijn Boekblog 1. Reacties uiteraard welkom.
SNARK
Abonneren op:
Reacties (Atom)